05 Arbeidsmiddelen
 >  Hoogwerkers 2026
Discussie > Veiligheidspraat
  • Wie heeft wel eens een gevaarlijke situatie meegemaakt met een hoogwerker? Wat gebeurde er precies?
  • Wat denken jullie dat de meest voorkomende oorzaak is van incidenten met hoogwerkers?
  • Wat check jij altijd als eerste voordat je een hoogwerker instapt?
  • Hoe vaak voer je écht een LMRA uit, en wat levert dat op?
  • Hoe ga je om met tijdsdruk wanneer je ‘nog even snel iets moet doen’ op hoogte?
  • Welke fout zie jij collega's (of jijzelf) het meest maken bij het gebruik van hoogwerkers?


Eens of oneens?


  • Ik lees nooit de handleiding voordat ik met een hoogwerker werkzaamheden ga verrichten. 
  • Ik vind aanlijnen in een hoogwerker overdreven. 
  • Ik stap in een hoogwerker zonder in het bezit te zijn van een hoogwerker certificaat. 
  • Als ik er niet bij kan, ga ik gewoon op de leuning staan.
Introductie

Een hoogwerker is een verplaatsbaar hefwerktuig, specifiek ingericht voor het heffen van personen die vanuit het platform werkzaamheden op hoogte verrichten. Het werkplatform (de werkplek) is bestuurbaar, zodat het werkplatform beweegbaar boven of onder het vlak van opstelling van het werktuig is.

​​​​​​​Hoogwerkers zijn in veel situaties de veiligste manier om hooggelegen plaatsen te bereiken. Maar het werken met hoogwerkers kan ook gevaarlijk zijn als je de regels niet naleeft. Ieder jaar doen zich dan ook ernstige ongevallen met hoogwerkers voor.  In Nederland zijn er jaarlijks gemiddeld rond de 16 tot 20 ernstige arbeidsongevallen met hoogwerkers en verreikers bekend bij de Nederlandse Arbeidsinspectie.​​​​​​​

De maximale werkhoogte en de bewegingsmogelijkheden van hoogwerkers nemen steeds verder toe. De risico’s ook. Zo is de kans op klem- en knelgevaar groot, doordat het werkplatform vaak in de onmiddellijke nabijheid van objecten moet worden gemanoeuvreerd. Ook kan een hoogwerker bezwijken of kantelen als gevolg van ondeskundig gebruik of doordat de hoogwerker (of zijn beveiligingen) niet in goede staat zijn. Vallen is meestal het gevolg van in de constructie optredende versnellingen en vertragingen. Een en ander kan ook veroorzaakt worden door mechanisch falen, valgevaarlijke handelingen of manoeuvres vanaf het werkplatform.

Welke certificaat voor welk type hoogwerker?

  • Categorie 1A:  Verticaal werkende, eenpersoons gestempelde hoogwerkers.
  • Categorie 1B:  Telescoop-/kniktelescoop hoogwerkers, hoogwerkers op aanhanger, hoogwerkers op chassis of spinhoogwerkers met stempels.
  • Categorie 3A:  Zelfrijdende schaarliften en zelfrijdende eenpersoons verticaalliften.
  • Categorie 3B:  Zelfrijdende telescoop- en kniktelescoophoogwerkers met Jib.

Zorg dat je het juiste certificaat voor het type hoogwerker hebt.

Risico's > Wat kan er gebeuren?

Hoogwerkers kunnen omvallen.... In elkaar zakken.... of botsen met andere voertuigen. Werknemers kunnen uit de hoogwerker vallen, of voorwerpen naar beneden laten vallen. Je kan ook gekneld raken of geëlektrocuteerd worden wanneer je hoogwerker in contact komt met elektriciteitsleidingen. Wanneer je een hoogwerker bedient, is het dus belangrijk dat je je bewust bent van deze risico's, zodat je de nodige maatregelen kan nemen om de risico's te beperken.

Maatregelen > Wat moet je doen?
  • Binnen Kuijpers is het verplicht om minimaal in het bezit te zijn van een geldig hoogwerker certificaat (categorie 1A/1B/3A/3B); 
  • Draag altijd een harnasgordel met een korte lijn. Maak deze lijn in de hoogwerker vast aan een, daar voor geschikt, bevestigingspunt;
  • Het staan op de leuningen is verboden;
  • Het verlaten van de werkbak op hoogte is verboden;
  • Klauter nooit over de leuning van de hoogwerker;
  • De gebruiker moet de handleiding hebben gelezen;
  • De gebruiker moet op de hoogte zijn van de bedieningsvoorschriften;
  • De gebruiker moet 18 jaar of ouder zijn;
  • De hoogwerker moet minstens eenmaal per jaar worden gekeurd. Het keuringsrapport of de keuringssticker moet bij de hoogwerker aanwezig zijn. Controleer voordat je de hoogwerker gebruikt of de documenten in orde zijn.
  • Controleer de volgende zaken voordat je begint:
    • Zorg voor een stabiele ondergrond.
    • Let op obstakels in de hoogte: elektriciteitskabels, verlichting, dak,- en andere constructies.
    • Let op het verkeer (kranen, heftrucks, voorbijgangers etc.)
    • Voer een visuele inspectie en LMRA uit
  • Denk vóór aanvang van het werk na over een passend reddingsplan voor de specifieke situatie en bespreek dit met de betrokken collega’s. Zorg dat:
    • duidelijk is hoe iemand uit de werkbak gered kan worden bij uitval of incident;
    • bekend is wie de redding uitvoert en met welke middelen;
    • duidelijk is hoe vanaf de grond de noodbediening werkt;
    • Neem een portofoon of mobiele telefoon mee te nemen naar boven. Een vorm van communicatie met de collega’s beneden is erg belangrijk. Op deze manier zijn de hulpdiensten te bereiken in geval van nood.
  • Overschrijd nooit het maximale toegelaten hefvermogen (personen+materiaal);
  • Zorg dat materialen altijd binnen de bak blijven en niet uitsteken;
  • Laat de hoogwerker nooit onbemand achter met de sleutel erin;
  • Zorg voor een afzetting rond de hoogwerker;
  • Gebruik van hulpmiddelen in de vorm van trapjes of verhogingen is niet toegestaan. 
  • Houd het advies van de keurende instanties aan bij het rijden op hoogte. Dit betekent dat er niet mag worden gereden boven een werkvloerhoogte van 8 meter;
  • Tijdens brandstof tanken of tractiebatterijen laden dient open vuur en roken vermeden te worden;
  • Houd rekening met de weersomstandigheden. Als er onweer komt opzetten moeten de werkzaamheden worden gestopt. Dit geldt eveneens bij een windkracht van meer dan 6 Beaufort (max. 13,8 m/s);
  • Stop de werkzaamheden bij het waarnemen van een brandlucht. Waarschuw daarna iemand van de technische dienst om de hoogwerker te controleren en te repareren;
  • Het aanbrengen van overhangende lasten en het vergroten van het platform zijn niet toegestaan;
  • In geval van nood of storing dient het platform altijd naar de uitgangspositie gebracht te kunnen worden vanaf de grond;
  • Neem geen klimroute naar beneden als er iets mocht gebeuren, wacht op de hulpdiensten.
  • Als je hoger dan 25 meter werkt, is radiocommunicatie (m.b.v. een portofoon) met personen op de grond verplicht;
  • Bij snij-, slijp en/of laswerkzaamheden moet er een brandblusser aanwezig zijn en de gastoevoer en voeding naar de werkbak moeten voorzien zijn van vrijhangende kabels/leidingen. Gasflescilinders mogen niet in de werkbak staan;
  • Bij werkzaamheden met elektrische machines moeten de elektrische voedingskabels veilig naar de werkbak toe worden geleid.
  • Pas op voor elektriciteitsleidingen. Bij werkzaamheden in de buurt van onder stroom staande elektriciteitsleidingen moet een veiligheidsafstand in acht worden genomen. De gevarenzone is:
    • 50 meter bij hoogspanningsleidingen op stalen masten;
    • 25 meter bij laagspanningsleidingen op houten masten;
  • 5 meter bij contactleidingen zoals spoor- en tramwegen.
  • Bovengenoemde regels gelden ook voor onze inleners en onder aannemers.


Afbeelding met schets, Lijnillustraties, tekenfilm, tekening

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.​​​​​​​

Noodsituatie

In het geval van nood, moet het mogelijk zijn vanaf de grond de werkbak met regelbare snelheid naar de laagste stand te laten zakken. Daarom is het aan te bevelen om met 2 personen aanwezig te zijn. Eén persoon in de werkbak en één persoon beneden op de werkvloer.

De persoon beneden heeft de volgende functies:

  • In geval van nood de werkbak omlaag halen;
  • Voorkomen dat onbevoegden aan het bedieningspaneel beneden gaan schakelen. Hierdoor kunnen gevaarlijke situaties ontstaan;
  • Voorkomen dat er iemand onder de werkbak door loopt.​​​​​​​

Indien zich situaties voordoen dat er slechts 1 Kuijpers medewerker aan het werk wordt gesteld, is dit toegestaan indien de volgende maatregelen zijn getroffen:

  • Naast de medewerker in de hoogwerker, moet 1 persoon (in de werkomgeving) aanwezig zijn die bekend is met de nooddaalvoorziening en deze ook kan bedienen bij een calamiteit.
    Deze zogenaamde toezichthouder mag ook een medewerker zijn van de opdrachtgever.
  • De wijze van communicatie zal afgestemd moeten worden, indien deze toezichthouder niet (continu) in dezelfde ruimte bevindt. Bij een calamiteit dient de toezichthouder binnen een kort tijdsbestek op de werkplek te zijn.
  • De werkzaamheden in de hoogwerker dienen uitgevoerd te kunnen worden door 1 persoon (dus niet te zwaar, te groot, e.d.);
  • Er zijn geen omgevingsfactoren aanwezig die extra risico’s met zich mee kunnen brengen voor de werkzaamheden met de hoogwerker, zoals bijvoorbeeld aanrijdgevaar door andere voertuigen, personen, etc.

​​​​​​​

Tips > Voor meer informatie

Praktische tips voor extra veiligheid

  1. Visuele inspectie vóór gebruik
    Controleer niet alleen de keuringssticker, maar ook:
    • Hydraulische leidingen op lekkage
    • Banden of stempels op slijtage of schade
    • Nooddaalvoorziening op werking

  2. Communicatie-afspraken
    • Spreek vooraf een duidelijk noodsignaal af (bijvoorbeeld via portofoon of handgebaar).
    • Zorg dat iedereen weet wie de toezichthouder is.

  3. Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)
    • Naast harnasgordel: helm met kinband, veiligheidsschoenen, en bij laswerk een laskap.
    • Leg uit waarom een korte lijn belangrijk is (voorkomt uitslingeren bij kantelen).

  4. Weersomstandigheden extra toelichten
    • Niet alleen windkracht, maar ook gladheid (regen, sneeuw) en zicht (mist).
    • Tip: Gebruik een windmeter bij twijfel.

  5. Accu en brandstofveiligheid
    • Leg uit dat bij laden van tractiebatterijen waterstofgas kan vrijkomen → ventilatie is cruciaal.
    • Geen metalen gereedschap op accupolen leggen.

  6. Gedrag in de werkbak
    • Geen plotselinge bewegingen of springen.
    • Houd gereedschap georganiseerd om vallen te voorkomen.

  7. Afzetting en signalisatie
    • Gebruik duidelijke borden en linten om het werkgebied af te zetten.
    • Vermijd dat mensen onder de werkbak doorlopen.

  8. Elektriciteitsrisico extra benadrukken
    • Laat zien hoe groot 50 meter is (veel mensen onderschatten dit).
    • Tip: Gebruik een praktijkvoorbeeld van een ongeval door contact met leidingen.

  9. Bedieningscheck uitvoeren
  • Bedieningsrichtingen kunnen per hoogwerker type verschillen. Voor gebruik van een hoogwerker moet de gebruiker altijd eerst een ‘bedieningscheck’ uitvoeren op veilige afstand van obstakels, waarbij wordt getest of de beweging van de bak overeenkomt met de joystickrichting. Pas daarna mag er richting objecten  (wanden/consoles) worden gereden.
  • Een korte bedieningscheck voorkomt dat routinegedrag of afleiding leidt tot verkeerde bediening en beknelgevaar.
  1. Noodprocedure oefenen
    • Laat zien hoe je vanaf de grond de bak kunt laten zakken.
    • Bespreek wat te doen als de bedieningsknoppen niet werken.



Scan de volgende code met de app om deze toolbox te bekijken.