01 Arbozorg en organisatie van de arbeid
 >  Elkaar aanspreken en gedrag
Discussie > Bespreek het met je collega’s!
  1. Een groepje medewerkers staat te roken bij de opslag van gevaarlijke stoffen in het magazijn. Ondanks het feit dat het rookverbod geldt binnen het hek, wordt hier toch vaak gerookt door collega’s. Je loopt voorbij op het moment dat de eerste zijn sigaret wil gaan aansteken.  Wat zou jij doen?

  2. Een leidinggevende loopt voor de 2e keer deze week met bezoekers zonder helm en veiligheidsschoenen over de bouwplaats. Wat zou jij doen?

  3. Je weet van een collega die de hoogwerker bedient, hiervoor geen certificaat heeft en dit dus niet mag. Je ziet deze collega praten met een andere collega om vervolgens op de hoogwerker te stappen. Wat zou jij doen?
Introductie

Er zijn elk jaar te veel doden te betreuren door ongevallen in de bouw. Dit zijn zeer ingrijpende gebeurtenissen. 

Hoe kan het dat we ondanks de grote hoeveelheid aan technische en organisatorische maatregelen toch zo veel ongevallen hebben? Iedereen wil na het werk toch weer veilig en gezond naar huis?

Iedereen kan een keer iets over het hoofd zien of een vergissing maken. Daarom is het belangrijk dat we op elkaar letten en elkaar aanspreken op onveilig gedrag.

Veilig werken is voor Kuijpers erg belangrijk!

Kuijpers verwacht dan ook dat iedereen die werkt voor Kuijpers zijn uiterste best doet. Niet alleen om een mooi en goed product te leveren, maar ook om ongevallen te voorkomen.

Observeren 

Hoe veilig mensen functioneren kunnen we waarnemen door naar hen te kijken en hen te observeren. Observeren van het gedrag van werknemers is belangrijk om te beoordelen of ze de veiligheid op de werkplek goed geregeld hebben. Door te kijken, te praten én te begrijpen waarom werknemers zich zo gedragen, kun je veilig gedrag versterken. Door er gezamenlijk over te praten (met bijvoorbeeld een schouderklopje) kun je onveilig gedrag beïnvloeden.

Aanspreken 

  1. Door je collega’s op de juiste manier aan te spreken, gaan zij “nadenken”. 
  2. Vraag niet: Wat doe je nu?, dit wordt gevoeld als een waardeoordeel. Beter is: wat denk je dat de gevolgen kunnen zijn, hoe zou dit beter kunnen volgens jou?” 
  3. “Gedrag is direct te beïnvloeden door samen consequent toezicht te houden op de naleving van de regels.” 
  4. Aanspreken is niet met je vinger wijzen.
  5. Aanspreken is met aandacht voor een ieders veiligheid in gesprek gaan.
  6. Elkaar aanspreken begint met respect voor elkaar (hoe zou je zelf graag aangesproken willen worden).
  7. Deel wat je ziet en bespreek hoe het werk veiliger kan.
  8. Resultaat heb je wanneer er een directe actie wordt genomen of concrete afspraken worden gemaakt om veiliger te werken.
  9. Spreek elkaar aan met:
  • Ik zie, hoor (beschrijf de feiten)

  • Ik vind, voel ( beargumenteer)

  • Jij (maak een specifieke en duidelijke afspraak/ actie)

Deel je succes! Op deze manier zorg je voor jouw en andermans veiligheid!

reactie=reactie

  1. Niets doen is geen optie. Als medewerker voel je jezelf verantwoordelijk voor alle onveilige situaties en/of onveilige handelingen, dus niet alleen voor die van jezelf.
  2. Melden bij de uitvoerder/chef doe je niet meteen! Je spreekt eerst je collega zelf aan op zijn gedrag en probeert hier samen uit te komen. 
  3. Als je merkt dat je collega door jouw moeite er toch niets mee doet of de kantjes er vanaf loopt, dan houdt jouw inspanning op en moet het anders opgelost worden. 
  4. Je hebt namelijk bij onveilige situaties wel de plicht om het te melden aan je uitvoerder/chef. ​​​​​​​

Scan de volgende code met de app om deze toolbox te bekijken.