08 Fysische factoren
 >  Veilig werken in de winter
Introductie

In de wintermaanden kan het behoorlijk koud en nat worden. Gelukkig kunnen we kleding en
gedrag hierop aanpassen. Iemand die het echt koud heeft, werkt niet met plezier en presteert
ook niet naar kunnen. Snelheid en vaardigheid in werken en denken nemen af. De handen zijn
vaak minder (of niet) bedekt met kleding en koelen extra snel af.

Discussie > Veiligheidspraat

1. Wat is “goed gekleed” in de winter?

  • Discussiepunt: Wat verstaan we onder goede winterkleding op de werkplek?
  • Waarom belangrijk: Te dikke kleding belemmert beweging, te dunne kleding leidt tot onderkoeling. Hoe vinden we de juiste balans?
  • Vragen aan de groep: Welke kledinglagen dragen jullie zelf? Hebben jullie tips voor elkaar?

2. Gladheid: wie is verantwoordelijk voor preventieve maatregelen?

  • Discussiepunt: Wie zorgt ervoor dat looppaden, steigers en trappen sneeuw- en ijsvrij zijn?
  • Waarom belangrijk: Preventief strooien en afwateren voorkomt ongelukken, maar vereist duidelijke taakverdeling.
  • Vragen aan de groep: Hoe is dit bij jullie geregeld? Wat kan beter?

3. Bevriezing van materiaal: onderschat risico?

  • Discussiepunt: Hoe vaak denken we aan het risico van bevroren leidingen, bros materiaal of vastgevroren gereedschap?
  • Waarom belangrijk: Materiaalschade en letsel kunnen ontstaan door onvoorzichtigheid bij vorst.
  • Vragen aan de groep: Hebben jullie voorbeelden van materiaal dat kapot ging door kou?

4. Veilig rijden in de winter: wat is jouw verantwoordelijkheid?

  • Discussiepunt: Wat doe jij zelf om je bedrijfsauto winterklaar te maken?
  • Waarom belangrijk: All season banden zijn geregeld, maar zaken als ruiten krabben, afstand houden en rustig rijden zijn persoonlijke verantwoordelijkheden.
  • Vragen aan de groep: Wat zijn jullie routines in de ochtend bij vorst?

5. Winterverlichting op de bouwplaats: wie controleert dit?

  • Discussiepunt: Hoe zorgen we voor voldoende verlichting op donkere dagen?
  • Waarom belangrijk: Slechte verlichting verhoogt het risico op struikelen, uitglijden en aanrijdingen.
  • Vragen aan de groep: Is de verlichting op jullie werkplek voldoende? Wat kan beter?
Risico's > Wat kan er gebeuren?
  • Onderkoeling;
  • Bevriezing (o.a vingers, neus, oren en tenen);
  • Gladheid;
  • Aanrijdgevaar;
  • Struikelen;
  • Vallen;
  • Uitglijden;
  • Verminderde concentratie en tragere reacties bij langdurige blootstelling aan kou;
  • Slechte zichtbaarheid verhoogt kans op aanrijdingen en struikelen.
Maatregelen > Wat moet je doen?

Voorkom onderkoeling

  • ​​​​​​​Zorg voor goed ventilerende en niet te strakke kleding, bij voorkeur meerdere lagen. Let op: te dikke lagen kunnen u belemmeren in de bewegingsvrijheid;
  • Drink warme dranken in de pauzes;
  • Verwarm de schaftkeet (zet de verwarming in de keet niet op standje ‘tropisch’. Rond de 20° C is goed om op te warmen en op temperatuur te blijven);
  • Scherm ruimtes tochtvrij af.

Voorkom gladheid

  • Zorg voor gladheidsbestrijdingsmiddelen;
  • Voer oppervlaktewater af met bijvoorbeeld drainage, greppeltjes, riolering en pompen;
  • Maak werkgebieden en looppaden ijs- en sneeuwvrij;
  • Zorg dat de steiger vloeren, ladders en trappen sneeuw,- en ijsvrij zijn;
  • Gaten en kuilen dichten en rijsporen egaliseren;
  • Strooi preventief aan het einde van de werkdag. 

Voorkom bevriezing van materiaal en materieel

  • Zorg dat materiaal en materieel goed is afgedekt;
  • Zorg, dat waterleidingen zijn voorzien van goede isolatie of zijn afgetapt;
  • Zorg dat C.V. installaties niet stuk kunnen vriezen;
  • Berg waterslangen vorstvrij op;
  • Sla materiaal vrij van de grond op;
  • Pas op met materialen en leidingen, want bij vorst wordt alles bros. Gooi daarom niet met spullen, de kans op breken of haarscheuren wordt erg groot;
  • Blote handen kunnen blijven plakken, dus draag handschoenen. 

  • Plan taken waarbij alertheid cruciaal is (zoals werken op hoogte of met machines) bij voorkeur in warmere dagdelen;
  • Check dagelijks het weerbericht en pas de werkplanning aan;
  • Zorg voor goede bouwverlichting én reflecterende kleding. Denk ook aan verlichting van voertuigen en machines.​​​​​​​

All season banden voor alle bedrijfsauto’s

Binnen Kuijpers vinden wij veiligheid voor onze mensen erg belangrijk. Daarom hebben wij een verandering aangebracht in het autoreglement. Als berijder van een bedrijfsauto laten wij jou weten dat voortaan alle bedrijfsauto’s op all season banden (vierseizoenbanden) gaan rijden. Dan weten we zeker dat er niemand op banden rijdt die niet passen bij de weersomstandigheden. 

Klik hier voor meer info over de all season banden

Heb je vragen hierover? Stuur dan een e-mail naar Roy Janssen.

De weg op

  • Zorg dat de accu  in orde is.
  • Controleer de koelvloeistof en kijk of deze bestand is tegen lage temperaturen.
  • Check voor de winter of de ruitensproeier nog werkt, of er nog voldoende ruitenwisservloeistof in het reservoir zit en er antivries aan is toegevoegd. En controleer de werking van de wissers: wissen de wissers nog goed en laten deze geen strepen na?
  • Pekel en strooizout zijn een aanslag op de bodem en lak van de auto. Zet de auto goed in de wax en was de auto in de winter vaker als de temperatuur iets boven nul blijft.
  • Verwijder sneeuw van dak, ramen en motorkap vóór vertrek;
  • Rem gedoseerd;
  • Houd voldoende afstand;
  • Rustig optrekken en rustig rijden.

IJsbrekers

  • Deuren kunnen vastvriezen. Soms helpt het om de vastgevroren deur even extra dicht te duwen zodat het ijs breekt, maar voorkomen is beter. Behandel de rubbers van de portieren en achterklep met talkpoeder of zuurvrije vaseline om vastvriezen van de portieren te voorkomen.
  • Ook een handrem  kan vastvriezen. Trek die dan nog eens extra aan, alweer om het ijs te breken. Maar nog beter: gebruik de handrem in de winter niet. Laat de auto in P of in zijn achteruit staan.
  • Als er veel sneeuw op de auto ligt, veeg die er dan vanaf voordat je gaat rijden. Anders waait het er af bij hogere snelheden, en dat veroorzaakt gevaar voor achterliggers.

Eerst krabben, dan starten

Krabben kun je voorkomen door ’s avonds de voorruit af te dekken met een foliedeken. Gebruik geen kranten of dozen. Als die vastvriezen, ben je nog veel verder van huis.

Moet je toch krabben, niet de motor aanzetten voor het krabben, want de motor warmt stationair nauwelijks op en het is slecht voor de motor en voor het milieu. Bovendien sta je zelf de uitlaatgassen in te ademen tijdens het krabben.

Tips > Voor meer informatie

Strooien:

Gladheid op o.a steigers, trappen en loopbruggen moet bestreden worden door met zand te strooien (let op: geen zout, zeker niet als met kalkzandsteen of prefab beton gewerkt wordt) 

Verlichting:

In de wintertijd zijn de dagen kort en donker, zorg daarom voor een goede verlichting van de werkplek.

Zie ook de toolbox: bouwverlichting


Scan de volgende code met de app om deze toolbox te bekijken.