11 Specifieke toolboxen n.a.v. een incident & SOS-melding
 >  Ongevallen bij Kuijpers in 2025
Discussie > Veiligheidspraat
  1. Waarom ontstaan snijwonden nog zo vaak, terwijl de risico’s zo herkenbaar zijn?
    Wat maakt dat we tóch soms zonder PBM of met ongeschikte middelen werken?

  2. Wat is volgens jullie de belangrijkste reden dat struikelen/verzwikken gebeurt?
    Zijn dit omstandigheden (ruimte, rommel) of gedrag (haast, afsnijden van routes)?

  3. Hoe zeker voel jij je bij het beoordelen van spanning?
    Wanneer twijfel je, en wat doe je dan — en waarom soms (nog) niet?

  4. Welke afspraken zouden wij als team kunnen maken om improvisatiehulpmiddelen te voorkomen?
    (Denk aan zelfgebouwde werkbanken, instabiele steunen, etc.)

  5. Wat maakt het lastig om elkaar aan te spreken op slordig of risicovol gedrag?
    Wat hebben we nodig om dit normaler en veiliger te maken?

  6. Welke voorbeelden kennen jullie van ‘bijna-ongelukken’ die nooit gemeld zijn?
    Wat hield je tegen om dit te melden, en wat zou meldingen gemakkelijker maken?

  7. Welke drie maatregelen zouden wij morgen direct kunnen invoeren zonder extra tijd of geld?
    Denk aan gedrag, organisatie, voorbereiding.

Introductie

In 2025 zijn binnen Kuijpers opnieuw verschillende ongevallen gemeld. Achter elk incident zit een verhaal: een moment van onoplettendheid, een onverwachte situatie, een fout in de voorbereiding of simpelweg pech. Maar er zit ook iets anders achter — een kans om te leren, te verbeteren en om elkaar veiliger thuis te laten komen.

Deze toolbox is ontwikkeld om samen stil te staan bij wat er is gebeurd en vooral: wat we ervan kunnen leren. Niet om met de vinger te wijzen, maar om open te spreken over risico’s die we dagelijks tegenkomen en waar we soms blind voor zijn geworden. Onze projecten worden complexer, de druk blijft hoog en creativiteit is soms nodig — maar nooit ten koste van veiligheid.

In deze toolbox kijken we naar de meest voorkomende letsels van 2025, bespreken we hoe deze ongevallen konden ontstaan, en benoemen we maatregelen die we morgen al kunnen toepassen. Want veiligheid is geen papieren doel; het zit in de manier waarop we werken, keuzes maken én met elkaar in gesprek blijven.

Hieronder zien jullie een overzicht van de aantal ongevallen bij Kuijpers in de afgelopen vier jaar.

Feiten & Analyse van 2025

In totaal zijn er 64 incidenten gemeld, waarvan een groot deel gerelateerd is aan snijwonden, kneuzingen, verzwikkingen en elektrische schokken.

Top 5 meest voorkomende letselsoorten

  1. Snijwonden (22 keer)
  2. Kneuzingen (7 keer)
  3. Verrekking/verzwikking (7 keer)
  4. Elektrisering/schok (7 keer)
  5. Oogletsel (5 keer)​​​​​​​

Meest getroffen lichaamsdelen

Het meest kwetsbaar blijkt opnieuw de hand. Maar ook hoofd, voeten en zelfs interne klachten door schokken komen regelmatig voor.

  • Handen (22)
  • Inwendig / schok / onwel (8)
  • Hoofd (7)
  • Voeten (7)
  • Armen (6)
  • Ogen (5)
  • Romp (5)

De combinatie handen + scherpe materialen + gereedschap blijft het grootste risico.

Maatregelen > Snijwonden (22 incidenten)

Snijwonden zijn veruit de meest voorkomende letsels binnen Kuijpers. Ze ontstaan met name tijdens het gebruik van messen, pijpensnijders, slijptollen en ander scherp gereedschap. Daarnaast zien we dat contact met scherpe randen van rails, kabelgoten of spirobuizen regelmatig tot verwondingen leidt. In enkele gevallen dragen instabiele of zelfgemaakte werkvoorzieningen bij aan het risico, omdat ze het werk onnatuurlijk of onveilig maken.

Maatregelen

• Technisch

  • Werkstukken moeten altijd worden ontbraamd om scherpe randen te verwijderen. 
  • Scherpe delen dienen te worden afgedekt met beschermprofielen, afdekstrippen of tape totdat het materiaal verwerkt wordt.
  • Gebruik uitsluitend veiligheidsmessen met automatische terugtrek.
  • Breekmessen/stanleymesjes zijn bij Kuijpers niet toegestaan.
  • Zorg dat materialen tijdens bewerking altijd stevig worden geklemd en niet met de hand worden vastgehouden.
  • Zorg voor goede verlichting in technische ruimtes en werkzones zodat risico’s tijdig worden herkend.
  • Plaats waarschuwingsstickers op plekken waar scherpe delen of risicozones zich bevinden.

• Organisatorisch

  • Zorg ervoor dat collega’s voldoende tijd, ruimte en geschikte hulpmiddelen hebben om veilig te kunnen werken.
  • Controleer vooraf of de werkplek stabiel, opgeruimd en overzichtelijk is voordat er met snij- of slijpgereedschap wordt gewerkt.
  • Zorg dat bot gereedschap tijdig wordt vervangen in plaats van ‘door te werken’ met meer kracht of improvisatie.

• Gedrag

  • Draag geschikte snijbestendige handschoenen, passende bij het type werk en materiaal.
  • Draag bij voorkeur lange mouwen om extra bescherming te bieden tegen onverwacht contact met scherpe delen.
  • Zodra je merkt dat een werkhouding instabiel is, je te veel kracht moet zetten of het gereedschap niet goed functioneert, stop je direct en pas je eerst de situatie aan.
  • Meld onveilige situaties zoals scherpe reststukken, improvisatie‑oplossingen of beschadigd gereedschap direct bij het team.
Maatregelen > Kneuzingen (7 incidenten)

Kneuzingen komen regelmatig voor en ontstaan met name door vallen, door voorwerpen die op handen of voeten terechtkomen, of door het gebruik van instabiele of geïmproviseerde hulpmiddelen. Denk bijvoorbeeld aan een trap die in een sparing staat of een werkondergrond die niet stabiel is. In veel gevallen is er sprake van tijdsdruk, improvisatie of onvoldoende aandacht voor de directe omgeving.

Maatregelen

• Technisch

  • Zorg dat werkgebieden vrij zijn van losse materialen, om te voorkomen dat handen, voeten of knieën in de ‘drop zone’ terechtkomen.
  • Controleer trappen en opstapjes altijd op stabiliteit en correcte plaatsing — nooit in sparingen of op een scheve ondergrond.
  • Gebruik uitsluitend gekeurd en veilig materieel; instabiele, versleten of aangepast gereedschap en hulpmiddelen moeten direct worden afgekeurd en afgevoerd.

• Organisatorisch

  • Zorg dat de werkplanning voldoende tijd biedt voor een veilige inrichting van de werkplek, zodat er geen druk ontstaat om “even snel” iets te pakken of te improviseren.
  • Maak veilige looproutes en afgezette zones onderdeel van de dagelijkse startwerkbespreking.

• Gedrag

  • Reik nooit onder hangende of onzekere lasten en ondersteun geen voorwerpen die boven schouderhoogte worden gehouden of verplaatst.
  • Let actief op de stabiliteit van de eigen werkhouding; wanneer je merkt dat je uit balans raakt, pas je de situatie aan voordat je verder werkt.
  • Maak het direct bespreekbaar wanneer je ziet dat iemand een last draagt, tilt of ondersteunt op een manier die risico’s kan opleveren, zodat jullie samen een veiligere werkwijze kunnen vinden.
Maatregelen > Verrekking / Verzwikking (7 incidenten)

Verrekkingen en verzwikkingen ontstaan vaak door struikelen, misstappen of uitglijden. Ook blijven haken achter materialen of een onverwachte beweging op een onveilige ondergrond komt regelmatig voor. In veel gevallen zien we dat rommelige looproutes, tijdsdruk of het gebruik van ongeschikte toegangsmiddelen bijdragen aan het risico.

Maatregelen

• Technisch

  • Zorg dat looproutes schoon, vrij en goed zichtbaar zijn, zodat obstakels tijdig worden opgemerkt.
  • Breng antislipoplossingen aan op plekken waar uitglijden kan voorkomen, zoals natte vloeren, metalen trappen of technische ruimtes.
  • Gebruik stevige, goedgekeurde leuningen en zorg dat trappen en opstapjes in goede staat zijn.
  • Verbeter de verlichting op plekken waar hoogteverschillen, kabels of obstakels zich bevinden.

• Organisatorisch

  • Hanteer een vaste “trapcheck”: staat de trap stabiel, is de ondergrond vlak, is er geen sparing of instabiele ondergrond, en is de trap volledig geborgd?
  • Plan werkzaamheden zo dat er geen noodzaak ontstaat om “even snel” langs een obstakel te stappen of routes af te snijden.
  • Stimuleer dat onveilige toegang direct bespreekbaar wordt gemaakt in het team, zodat dit meteen aangepakt kan worden.

• Gedrag

  • Werk altijd met 3‑puntscontact bij het gebruik van ladders, trappen en opstapjes.
  • Let actief op veranderende ondergronden (losse platen, natte vloeren, grind, kabels) en pas je manier van lopen hierop aan.
  • Maak het bespreekbaar wanneer je merkt dat iemand in een instabiele situatie terechtkomt of een risico neemt, zodat jullie samen kunnen zoeken naar een veiligere aanpak
Maatregelen > Elektricering/Schok (7 incidenten)

Elektrische schokken ontstaan vaak doordat kabels onbekend, beschadigd of onjuist aangesloten zijn. Ook het “blind” werken in volle kabelgoten of het niet volledig spanningsloos maken van installaties speelt een duidelijke rol. In veel situaties blijkt dat er onvoldoende zekerheid werd genomen over de status van een installatie of dat er geen gebruik is gemaakt van de LOTOTO‑procedure.

Maatregelen

• Technisch

  • Maak installaties altijd spanningloos voordat er ook maar iets wordt aangeraakt.
  • Pas de volledige LOTOTO‑procedure (Lock Out – Tag Out – Try Out) toe:
  • Verwijder of vervang ondeugdelijke, onbekende of beschadigde kabels direct.
  • Werk nooit “blind” in goten: maak de ruimte vrij voordat je gaat werken.

• Organisatorisch

  • Gebruik een TRA wanneer er sprake is van onbekende, complexe of afwijkende installaties, of wanneer er twijfel bestaat over spanningsloos werken. Een TRA wordt gezien als advies én hulpmiddel om risico’s vooraf helder te krijgen.
  • Stimuleer dat twijfels over spanning direct bespreekbaar worden gemaakt, zodat acties tijdig kunnen worden genomen.

• Gedrag

  • Ga altijd uit van het principe: “Alles staat onder spanning totdat het tegendeel is bewezen.”
  • Stop direct wanneer je twijfelt over spanning, aansluiting of meetwaarden.
  • Gebruik geschikt geïsoleerd gereedschap en draag de juiste PBM.
  • Meld gevaarlijke situaties zoals onbekende kabels, afwijkende kleuren, provisorische aansluitingen of niet‑geïdentificeerde groepen zodat het team dit direct kan oplossen.
Maatregelen > Oogletsel (5 incidenten)

Oogletsel ontstaat vooral door rondvliegende deeltjes tijdens vrezen, slijpen, boren en verspanen. Kleine splinters vinden vaak toch hun weg onder open brillen of bij situaties waarin PBM “even snel” worden overgeslagen. Slechte verlichting of het niet direct verwijderen van bramen vergroot het risico.

Maatregelen

• Technisch

  • Gebruik altijd volledig gesloten oogbescherming bij vrezen, slijpen, verspanen, of boren.
  • Verwijder bramen direct na het zagen, slijpen of knippen zodat scherpe restjes geen risico vormen.
  • Verbeter de verlichting op plekken waar fijn werk en metaalbewerking wordt uitgevoerd.
  • Richt duidelijke zones in waar slijpwerk plaatsvindt, inclusief gelaatsschermen indien nodig.

• Organisatorisch

  • Verdeel werkzaamheden zo dat “snelle klusjes” niet ontstaan in risicovolle zones zonder PBM.
  • Zorg dat materialen en werkplekken vrij zijn van losse splinters of verspaande resten.
  • Maak het bespreekbaar wanneer PBM ontbreken of niet correct worden gebruikt.

• Gedrag

  • Draag oogbescherming ook bij korte handelingen van enkele seconden.
  • Controleer voor elke taak welke PBM nodig zijn
  • Voorkom dat je vlak bij iemand staat die slijpt of boort; houd afstand of plaats een scherm.
  • Raak je ogen nooit aan met vieze handen of na het uittrekken van handschoenen. Vet, stof, slijpgruis of metaaldeeltjes kunnen via vingers of nagels direct in het oog terechtkomen. Spoel eerst je handen of gebruik een schoon doekje voordat je je gezicht aanraakt.


Tips > Voor meer informatie

Een goed uitgevoerde LMRA (Laatste Minuut Risico Analyse) voorkomt een groot deel van de ongevallen.
Door vóór elke taak even bewust stil te staan bij de omgeving, het materiaal, de risico’s en je eigen manier van werken, zie je vaak nét die ene onveilige situatie die anders onopgemerkt blijft.

Een LMRA hoeft maar een paar seconden te duren, maar kan het verschil maken tussen veilig werken of een incident.


Scan de volgende code met de app om deze toolbox te bekijken.