09 Specifieke werkzaamheden
 >  Veilig de weg op
Introductie

Kuijpers maakt gebruik van bedrijfsbussen en andere voertuigen om medewerkers en materialen te vervoeren. Dus voordat we op ons werk zijn lopen we ook al risico’s. In de deze toolbox zullen wij een aantal aspecten behandelen.

Telefoongebruik

Sociale media gebruiken tijdens het autorijden is levensgevaarlijk. Voor jezelf én voor andere weggebruikers. Even snel een berichtje lezen of zelfs schrijven, betekent dat je het verkeer niet meer waarneemt en niet adequaat kan reageren.

MONO rijden kan op verschillende manieren. Het makkelijkst is als je je telefoon zo instelt, dat je automatisch tijdens het rijden geen meldingen ontvangt. Dan ben je in één keer MONO.

Niet storen onderweg – instellen voor iPhone
De functie ‘niet storen’ op je iPhone is heel handig. Je hoeft die maar één keer in te stellen en je rijdt en fietst altijd MONO. Want je krijgt geen meldingen en berichten binnen terwijl je onderweg bent. Wil je toch iets laten horen? Mensen die jou proberen te bereiken krijgen automatisch een berichtje dat je aan het autorijden bent.

Zo zet je ‘niet storen tijdens autorijden’ aan: Ga naar Instellingen, Tik op Niet storen, Activeer Niet storen tijdens autorijden op automatisch, Stel een automatisch antwoord in.

Mono met Android telefoon

Als je een Android-telefoon hebt, kun je op verschillende manieren MONO rijden en fietsen:

  • Je telefoon op stil zetten

Sleep met je vinger van boven naar beneden en klik op ‘stil’. Staat ‘stil’ er bij jou niet bij? Sleep dan nog een keer naar beneden. Dan zie je alle knoppen.

  • De niet-storen modus inschakelen

Sleep met je vinger van boven naar beneden en klik op de ‘niet-storen’ knop. Staat ‘Niet-storen’ er niet bij, sleep dan nog een keer naar beneden. Dan zie je alle knoppen.

Door iets langer op de knop te drukken, krijg je meerdere keuzes om te zorgen dat deze functie helemaal bij je situatie past. Je kunt bijvoorbeeld instellen:

  • Voor wie je wél bereikbaar wil zijn,
  • Dat als iemand 2 keer achter elkaar belt, deze melding wel doorkomt
  • Welke apps je wil uitzonderen (bijvoorbeeld wel telefoon, geen Whatsapp)
  • Dat de niet niet-storen stand op vaste tijden automatisch in- en uitschakelt (bijvoorbeeld als je onderweg bent, ’s nachts, onder werktijd, etenstijd, etc.


Er bestaan ook apps die je helpen om MONO te rijden door automatisch berichten te dempen wanneer je onderweg bent.

Als je telefoon niet binnen handbereik is, kom je minder snel in de verleiding om je berichten te checken. Maak het jezelf dus makkelijk en berg je telefoon op. Bijvoorbeeld onderin je tas of in het handschoenenvakje. Of beter nog: zet hem op stil op je achterbank.

Vervoer van gasflessen

Wat is het risico?

Ongewenst vrijkomen van gevaarlijke (brandbare en/of giftige) stoffen bij plotselinge verkeershandelingen of aanrijdingen.

Maatregelen:

  • Pas op voor lekken!
    • Een lege cilinder is nooit helemaal leeg!
    • Als de afsluiter niet dicht is en de cilinder wordt warmer, dan zal er gas vrijkomen. Enkele liters brandbaar gas zijn voldoende om een explosie in een auto te veroorzaken. Andere gassen kunnen leiden tot verhoogd brandgevaar of verstikking;
    • Lekken komen meestal van de regelaar, de slangen of de brander.
  • Zet cilinders stevig vast
    • Zelfs liggend in een laadruimte wordt een cilinder een gevaarlijk projectiel bij een bocht, bij remmen of een aanrijding;
    • Gebruik hiervoor goedgekeurde spanbanden.
  • Niet vergeten
    • Sluit de afsluiter, ook al is de cilinder leeg;
    • Zorg dat de afsluiter beschermd is door een kap;
    • Demonteer de regelaar en de slang.
  • Bedrijfswagens
    • Zet de gasflessen bij voorkeur rechtop en borg deze tegen verschuiven met een (deugdelijke) spanband of een beugel.
  • Voor alle gassen geldt
    • Ventileer je voertuig. Liefst boven- én onderin;
    • Zorg voor een dichte afscheiding tussen laadruimte en bestuurder;
    • Laat de cilinders niet in de wagen als dat niet noodzakelijk is;
    • Verboden te roken.
    • Zorg dat je weet wat je vervoert en lees het productinformatieblad van het gas door;
    • Verwijder drukregelaars en andere appendages en voorzie de gascilinders van een beschermkap;
    • Sla lege en volle cilinders apart op en scheid zuurstofflessen en gasflessen van elkaar.


Vervoer van materialen op een imperiaal:

Wat is het risico?

Losraken of verschuiven van materialen bij plotselinge verkeershandelingen of aanrijdingen.

Maatregelen:

  • Zet de materialen vast met sjorbanden;
  • Breng permanente kokers aan welke duurzaam zijn vastgezet met bijv. metalen klembanden wanneer regelmatig buismateriaal moet worden vervoerd;
  • De lading mag aan weerszijden van de bus niet meer dan 20 cm uitsteken;
  • De totale breedte mag niet meer dan 2,55 m bedragen;
  • Lading met scherpe uitstekende delen moeten minimaal 2 meter boven het wegdek vervoerd worden, ter voorkoming van het verwonden van voetgangers en fietsers;
  • Deelbare lading mag maximaal 1 meter achter het voertuig uitsteken;
  • Houd de maximale dakbelasting van het voertuig in acht. Raadpleeg hiervoor de instructies behorende bij het voertuig;
  • Controleer regelmatig de bevestiging van de imperiaal en de kwaliteit van de sjorbanden.
Rijden met een aanhanger

  • Goede verlichting in het verkeer is een zaak van zien en gezien worden.
  • Verzeker je er altijd van dat de aanhanger op de juiste wijze is aangekoppeld.
  • Controleer regelmatig de remmen en de koppeling maar ook de bandenspanning en de verlichting.
  • Meld defecten direct.
  • Het maximum laadvermogen mag nooit worden overschreden.
  • Minstens net zo belangrijk als het laadvermogen is de maximaal toelaatbare kogeldruk.
  • Maak gebruik van het laadrek, zo kan de lading bij plotseling remmen niet in de auto schieten.
  • Gebruik voor het vastzetten van de lading deugdelijk materialen.
  • Boven de 750 kg moet de aanhangwagen voorzien zijn van een eigen kenteken.
  • De remweg, het weggedrag en het bochtenwerk wijken vaak af van wat je gewend bent.
Welk rijbewijs heb ik nodig om met een aanhanger, oplegger of caravan achter mijn auto te rijden?

Je hebt rijbewijs B, BE of B+ (code 96) nodig om met een aanhanger te mogen rijden achter uw auto. Welk rijbewijs je moet hebben, hangt af van de maximale toegestane massa en het voertuig dat de aanhanger trekt.

Aanhanger trekken met rijbewijs B

Heb je rijbewijs B (autorijbewijs)? Dan mag je met een auto:

  • een aanhanger trekken van maximaal 750 kilo (lege gewicht + laadvermogen);
  • een aanhanger trekken van meer dan 750 kilo als de auto en de aanhanger samen niet boven de 3.500 kilo (lege gewicht + laadvermogen) uitkomen. 

Aanhanger trekken met rijbewijs B+ (code 96)

Met rijbewijs B+ (code 96) mag je met een auto:

iedere aanhanger trekken als het gewicht van de auto en aanhanger samen niet meer is dan 4.250 kg (lege gewicht + laadvermogen).

Aanhanger trekken met rijbewijs BE

Heb je rijbewijs BE? Dan mag je met een auto:

  • een aanhanger trekken van maximaal 3.500 kilo (lege gewicht + laadvermogen);
  • onder bepaalde voorwaarden een aanhanger of oplegger trekken van meer dan 3.500 kg (lege gewicht + laadvermogen).

Let op: De regels voor rijbewijs BE zijn in 2013 veranderd. Heb je het rijbewijs BE gehaald voor 19 januari 2013? Dan gelden voor jou andere regels. Je mag iedere aanhanger of oplegger gebruiken. Er is geen grens aan het lege gewicht + laadvermogen. Let wel op dat je trekhaak het gewicht aan kan. Dit heet de maximale trekhaaklast. Die moet groter zijn dan wat de aanhanger met lading samen wegen. De maximale trekhaaklast staat vermeld in het kentekenbewijs of instructieboekje van de auto. Of op de website van de RDW bij de voertuiggegevens.

Rijden bij gladheid: vijf tips


Rijden op gladde wegen, door ijzel of sneeuw, is voor veel mensen een nachtmerrie. En terecht, want een ongeluk zit dan in een klein hoekje. Vijf tips om heelhuids thuis te komen.

​​​​​​​

1. Houd afstand

Het ligt enorm voor de hand: houd afstand. Vuistregel: halveer je snelheid en verdubbel de afstand tot je voorganger – net zoals je bij mist zou doen. Die extra meters geven je meer tijd en ruimte om te reageren op onverwachte gebeurtenissen. En – niet onbelangrijk – degene achter je ook. Bij invoegen geldt hetzelfde. Neem de tijd en de ruimte om rustig, met gepaste snelheid in te voegen.


2. Kijk ver voor je uit

Kijk ver voor je uit, dan stuur je meestal vanzelf in de goede lijn en zie je eerder welke mogelijke problemen er op je pad komen. En ook dat gaat beter als je niet te dicht achter je voorganger rijdt.


3. Trek rustig op

Soms is optrekken vanuit stilstand al meteen een uitglijder. De banden hebben dan moeite om grip te vinden. Wegrijden in de tweede versnelling kan helpen. Geef weinig gas en laat de koppeling heel rustig opkomen. Doe al je handelingen rustig en met beleid: stuur gelijkmatig, rem niet abrupt, stuur bochten niet te scherp in.


4. Remmen: soms hard

Moet je een noodstop maken, dan wil je dat het ABS (antiblokkeersysteem) optimaal functioneert. Als het ABS werkt, remt de auto maximaal af zonder dat de wielen blokkeren zodat je kan blijven sturen. ABS werkt alleen bij maximale remdruk, oftewel als je het rempedaal tot op de bodem blijft intrappen. Ga dus niet  ‘pompend’ remmen. Schrik niet als het rempedaal onder je voet begint te trillen en je rare geluiden hoort: dat hoort erbij.


5. Blijf alert, ook mét winterbanden 

Is het glad door sneeuw en heb je zomerbanden onder de auto zitten, ga dan niet op pad. Met winterbanden kun je eventueel wel de weg op, maar winterbanden zijn zeker geen totaaloplossing voor winterse problemen! Als je twee keer zo hard rijdt, is je remweg normaal gesproken vier keer zo lang. Bij gladheid wordt dat nog versterkt. Winterbanden mogen een kortere remweg hebben dan zomerbanden, als je hard rijdt, wordt dat effect volledig opgeheven.

We willen ook een fabeltje uit de wereld helpen. De bandenspanning verlagen zou handig zijn bij gladheid. De banden maken daardoor meer contact met de weg en dat zou moeten resulteren in extra grip. Helaas: te zacht opgepompte banden gaan ten koste van de stabiliteit. De zachtere structuur van winterbanden verergert dat ook nog eens. Om winterbanden optimaal te laten functioneren, is de juiste bandenspanning nóg belangrijker.

Rijden in de mist

Wat is mist en hoe ontstaat het?

  • Mist is een weersverschijnsel waarbij kleine waterdruppeltjes in de lucht zweven, wat het zicht beperkt;
  • Mist kan zich vormen door afkoeling van zeer vochtige lucht of door menging van koude met warme vochtige lucht;
  • De vorming van mist hangt af van veel factoren, zoals luchtvervuiling, begroeiing, reliëf en de nabijheid van open water;
  • Smog vergroot de gevaren van mist; doordat de mist heel laag hangt, kunnen de schadelijke gassen van auto’s niet stijgen en blijven ze hangen boven de weg wat het zicht nog verder verslechtert;
  • Vaak begint het met enkele flarden en denk je: 'Dat is weer zo'n mistflard, daar rem ik niet voor'. Terwijl een andere weggebruiker voor je daar anders over denkt omdat hij/zij verder in de dichte mistbank komt en door het gebrek aan zicht hard op de rem trapt;
  • Ofwel, de automobilist voor je gaat remmen terwijl jij de ernst van de mistbank nog niet in de gaten hebt en nog op volle snelheid doorrijdt.
  • Een extra gevaar bij lage temperaturen is dat mist kan aanvriezen en dan heb je het grootste risico van het rijden in de mist.
  • De meeste grote verkeersongevallen (zeg maar verkeersrampen) ontstaan onder deze weersomstandigheden.

Risico's:

  • Kettingbotsing
  • Slecht zicht
  • Gladheid door aanvriezing mistdruppels
  • Tijdsdruk kan bij mist catastrofale gevolgen hebben.

Maatregelen:

  • Wees voorbereid op mist;  
  • Halveer je snelheid en verdubbel je afstand;
  • Oriënteer je nooit alleen op de achterlichten van je voorganger;
  • Weet waar je mistlampschakelaar zit;
  • Haal bij mist nooit in;
  • Voer dimlicht en niet je grootlicht;
  • Gebruik je achtermistlamp alleen als het zicht kleiner is dan 50 meter;
  • Bij mist (overdag) schakelt de automatische verlichtingsschakelaar niet aan;
  • Neem bij het rijden van lange ritten in de mist meer pauzes;
  • Wees extra alert op aanvriezende mist.


Overige aandachtspunten:
  • Zorg dat de accu in orde is.
  • Controleer de koelvloeistof en kijk of deze bestand is tegen lage temperaturen.
  • Check voor de winter of de ruitensproeier nog werkt, of er nog voldoende ruitenwisservloeistof in het reservoir zit en er antivries aan is toegevoegd. En controleer de werking van de wissers: wissen de wissers nog goed en laten deze geen strepen na?
  • Controleer elke maand de bandenspanning (juiste bandenspanning staat op de sticker in het portier van de bestuurderskant of in het onderhoudsboekje).
  • Voor medewerkers met een auto van de zaak biedt Kuijpers al jaren de extra faciliteit aan om gebruik te maken van winterbanden (voor meer info zie het Autoreglement op Mijn Kuijpers).
  • Roken in bedrijfsbussen/-auto’s is verboden.

Tips > Voor meer informatie

Zie voor meer info ook het veiligheidsboekje Hoofdstuk 17


Scan de volgende code met de app om deze toolbox te bekijken.