09 Specifieke werkzaamheden
 >  Werken in ATEX ruimtes
Discussie > Veiligheidspraat

​​​​​​​Ga met elkaar in gesprek over het volgende:

  1. Wie heeft hier weleens gewerkt in een ATEX‑zone?
  2. Wat is volgens jullie het grootste risico bij dit werk?
  3. Waar in ons werk komen brandbare stoffen of stof vrij?
  4. Zijn er plekken waarvan je twijfelt of ze een ATEX‑zone zijn?
  5. Wat doe jij als je twijfelt of iets wel ATEX‑veilig is?
Introductie

In diverse branches wordt gewerkt met brandbare stoffen, zoals in de chemische industrie, verfspuiterijen, afvalverwerking, afvalwaterzuivering, levensmiddelenindustrie en houtverwerkende industrie.
Waar brandbare stoffen aanwezig zijn, bestaat explosiegevaar.

Een explosie heeft vaak zeer ernstige gevolgen: letsel of dodelijke slachtoffers, grote materiële schade en langdurige productiestilstand. Het voorkómen van explosies is daarom essentieel.

Deze toolbox beschrijft:

  • wanneer explosiegevaar kan ontstaan;
  • hoe explosieve atmosferen worden ingedeeld (ATEX‑zones);
  • welke maatregelen nodig zijn om ontsteking te voorkomen;
  • wat werknemers zelf moeten doen om veilig te werken in ATEX‑zones.

Verbranding en explosie

Voor het ontstaan van een brand of explosie zijn vijf elementen nodig:

  1. Brandbare stof
  2. Zuurstof (meestal uit de lucht)
  3. Ontstekingsbron (vonk, heet oppervlak, statische ontlading, etc.)
  4. Juiste mengverhouding
  5. Katalysator (of voldoende energie)

Deze elementen vormen samen de brandvijfhoek

Een explosie kan alleen plaatsvinden wanneer:

  • de brandbare stof voldoende fijn verdeeld is;
  • de concentratie zich bevindt tussen de LEL en de UEL;
  • een ontstekingsbron aanwezig is.

Explosiegrenzen (LEL en UEL)

  • LEL (Lower Explosive Limit): onderste explosiegrens
  • UEL (Upper Explosive Limit): bovenste explosiegrens

Beneden de LEL is er te weinig brandbare stof.
Boven de UEL is er te weinig zuurstof.

Werkpraktijk Nederland:
Werkzaamheden mogen niet worden gestart of voortgezet boven 10% van de LEL.
Het streven is altijd om te werken in een atmosfeer van 0% LEL.

Brandbare stoffen 

Brandbare stoffen kunnen voorkomen als:

  • gas of damp (bijv. oplosmiddelen);
  • brandbaar stof (bijv. houtstof, meel, suiker).

Bij stof geldt:

  • hoe fijner het stof, hoe groter het explosiegevaar;
  • stoflagen zijn gevaarlijk:
    • vanaf 0,1 mm niet‑verwaarloosbaar;
    • ≥ 5 mm: ernstig explosiegevaar;
  • opgewerveld stof kan secundaire explosies veroorzaken.

Gevarenzone indeling

De plekken waar brandbare stoffen kunnen vrijkomen moeten op basis van de mate van explosiegevaar worden ingedeeld in zones.

De mate van explosiegevaar wordt bepaald door:

  • De frequentie en duur van vrijkomen van de brandbare stof;
  • De plek waar de brandbare stof vrijkomt (gesloten gebouw, (half) open gebouw of buiten)
  • Aanwezige plaatselijke of ruimtelijke afzuiging die de concentratie van de brandbare damp/gas verdunt tot beneden de 10% LEL. Dit beperkt het explosiegevaar.
  • Het zo snel mogelijk opruimen van vrijgekomen vaste brandbare stofdeeltjes (‘good housekeeping’) beperkt het explosiegevaar.

De hoeveelheid brandbare stof die kan vrijkomen bepaalt de grootte van de zone

Explosiegevaarlijke zones worden als volgt ingedeeld:

Zone gas/damp


Zone

vaste stof

Explosiegevaar


0

20

Groot

1

21

Middel

2

22

Klein

 Per zone zijn de volgende maatregelen noodzakelijk:

  • 0/20: Zeer streng: ontstekingsbronnen voorkomen onder alle omstandigheden, ook bij uitzonderlijke storingen;
  • 1/21: Streng: ontstekingsbronnen voorkomen bij normaal bedrijf en voorziene storingen;
  • 2/22: Minder streng: ontstekingsbronnen voorkomen bij normaal bedrijf.

Hoe hoger het risico, hoe strenger de regels.

Explosieveilig materieel

  • Gebruik alleen ATEX‑gecertificeerd materieel dat past bij de zone.
  • Let op:
    • juiste categorie (1G/2G/3G – 1D/2D/3D);
    • juiste temperatuurklasse;
    • juiste gas‑ of stofgroep.
  • Gebruik van verkeerd materieel kan direct een explosie veroorzaken.

Voorkómen ontsteking (gas/damp)

TEMPERATUURKLASSEN EXPLOSIEVEILIG MATERIEEL

Explosieveilig elektrisch materieel is ingedeeld in temperatuurklassen, die aangeven welke temperatuur het oppervlak van het materieel maximaal kan bereiken. Deze maximale temperatuur moet altijd beneden de minimum ontstekingstemperatuur blijven van de brandbare stof die in een explosiegevaarlijk gebied voorkomt. De groene cellen in de tabel geven toegestaan gebruik weer en de rode cellen verboden gebruik.

GASGROEPEN EXPLOSIEVEILIG MATERIEEL

Explosieveilig elektrisch materieel is ingedeeld in gasgroepen op basis van o.a. de maximale energie die kan vrijkomen door het materieel. Deze moet altijd beneden de MOE van de aanwezige brandbare stof blijven. Zie de tabel.

Voorkómen ontsteking (stof)


TEMPERATUUR EXPLOSIEVEILIG MATERIEEL

Voor stofwolken en stoflagen geldt dat de maximale toegestane temperatuur van materieel in de zone de laagste temperatuur is van:

2/3 x MOT stofwolk of smeultemperatuur stoflaag - 75°C.


STOFGROEPEN EXPLOSIEVEILIG MATERIEEL

Explosieveilig materiaal is ingedeeld in stofgroepen, die aangeven of het materiaal inzetbaar is in gebieden met grote stofdeeltjes (vezels), of kleine, al dan niet geleidende, stofdeeltjes .

STOFEXPLOSIEKLASSEN

Stofexplosieklassen geven aan hoe explosiegevaarlijk een stof is. De stofexplosieklassen zijn: St1, St2 en St3. Hoe hoger de klasse, hoe meer explosiegevaar. Apparatuur moet geschikt zijn voor de stofexplosieklasse van de betreffende brandbare stof. 

Risico's > Wat kan er gebeuren?

Bij werken in ATEX‑ruimtes kunnen brandbare gassen, dampen of stoffen vrijkomen.
Wanneer deze in contact komen met een ontstekingsbron, kan een explosie ontstaan.

De belangrijkste risico’s zijn:

  • Explosie
    • Door een vonk, heet oppervlak of statische elektriciteit.
    • Kan leiden tot zwaar of dodelijk letsel en grote schade.
  • Brand
    • Na of zonder explosie, met snelle uitbreiding.
    • Kan vluchtroutes blokkeren en installaties beschadigen.
  • Secundaire explosies (bij stof)
    • Opgewervelde stoflagen kunnen een tweede, veel zwaardere explosie veroorzaken.
  • Letsel
    • Brandwonden, gehoorschade, rondvliegende delen.
    • Mogelijk langdurige gezondheidsgevolgen.
  • Materiële schade en stilstand
    • Schade aan machines, gebouwen en installaties.
    • Productiestop en hoge herstelkosten.
  • Onveilige situaties door onderschatting
    • Werken met verkeerd of niet‑ATEX‑geschikt gereedschap.
    • Doorgaan bij twijfel of tijdsdruk.

Belangrijk:
Deze risico’s zijn niet altijd zichtbaar, maar kunnen er wél zijn.
Daarom gelden strikte regels en is het voorkomen van ontstekingsbronnen cruciaal.

“Een kleine vonk kan grote gevolgen hebben. Daarom werken we in ATEX‑zones nooit op gevoel, maar volgens de regels.”

Maatregelen > Wat kun je zelf doen?
  • Zorg dat je de explosiegevaarlijke zones in je bedrijf kent en weet welke regels daar gelden.
  • Gebruik alleen explosieveilige apparatuur die in de betreffende zone is toegestaan (met de juiste categorie, gas/stofgroep en temperatuurklasse).
  • Gebruik en onderhoud apparatuur volgens de aanwijzingen van de fabrikant.
  • Voorkom ontstekingsbronnen in explosiegevaarlijke gebieden en neem extra maatregelen wanneer ontstekingsbronnen niet vermeden kunnen worden.
  • Werk onder werkvergunning op basis van een taakrisicoanalyse (TRA).
  • Gebruik aardingsvoorzieningen waar dit is voorgeschreven.
  • Draag antistatische kleding en schoeisel waar dit is voorgeschreven.
  • Gebruik waar dit is voorgeschreven speciaal gereedschap om mechanische vonken te voorkomen.
  • Zorg in gebieden met stofexplosiegevaar voor ‘good housekeeping’. Kies een schoonmaak methode waarbij geen stof wordt opgewerveld.
  • Voer een continue explosiegevaarmeting (%LEL) uit wanneer met ontstekingsbronnen wordt gewerkt in een zone met gas/damp explosiegevaar. Als er een % LEL gemeten wordt betekent het dat er altijd resten van een brandbare stof of damp aanwezig zijn. Wettelijk is het toegestaan om te werken tot 10% LEL, maar het is aan te bevelen om altijd te proberen een atmosfeer te handhaven met 0% LEL.
  • Volg strikt de werkinstructies voor werkzaamheden met brandbare stoffen.
  • Rook alleen waar dit is toegestaan.
Tips > Voor meer informatie

Tip 1: Stop bij twijfel

Twijfel je of een situatie, zone of hulpmiddel wel ATEX‑veilig is?
Stop het werk en overleg. Veiligheid gaat altijd vóór tempo.

Tip 2: Voorkom ontstekingsbronnen

Een explosie ontstaat niet vanzelf.
Zonder ontstekingsbron geen explosie. Wees alert op vonken, hitte en statische elektriciteit.

Tip 3: Gebruik alleen toegestaan materieel

Controleer altijd of gereedschap en apparatuur:

  • ATEX‑gecertificeerd zijn;
  • geschikt zijn voor de juiste zone.

“Even snel” met het verkeerde materieel kan grote gevolgen hebben.

Tip 4: Houd het schoon en opgeruimd

Stoflagen zijn gevaarlijk, ook als ze dun lijken.
Goede housekeeping voorkomt stofwolken en secundaire explosies.

Tip 5: Spreek elkaar aan

ATEX‑veilig werken doe je samen.
Zie je iets onveiligs? Zeg er iets van. Dat is geen zeuren, dat is zorgen voor elkaar.


“ATEX‑veiligheid begint bij kijken, nadenken en durven stoppen.”


Scan de volgende code met de app om deze toolbox te bekijken.