05 Arbeidsmiddelen
 >  Trappen en ladders 2026
Discussie > Veiligheidspraat
  1. Ik sta regelmatig meer dan 2 uur per dag op een trap
  2. Ik bedenk altijd eerst een alternatief voordat ik een trap of ladder gebruik
  3. Een ladder mag als loopplank gebruikt worden
  4. In principe mag een ladder alleen gebruikt worden om een hoogteverschil te overbruggen
  5. Je mag alles op een ladder mee naar boven nemen
  6. Ik pak liever een trap omdat ik het opbouwen van een steiger teveel gedoe vind
Introductie

Ladders en trappen… bijna iedereen gebruikt ze ‘even snel’. Maar wist je dat juist dát ‘even snel’ elk jaar opnieuw tientallen mensen in het ziekenhuis doet belanden? En dat valpartijen, waaronder die van ladders, al jaren het meest voorkomende arbeidsongeval in Nederland zijn?

  • Ongevallen met verplaatsbare, draagbare of verrijdbare ladders en trapladders vormen circa 6% van alle meldingsplichtige arbeidsongevallen.
  • 90% van de slachtoffers na een val van ladder/trap moet worden opgenomen in het ziekenhuis.
  • 13% houdt permanent letsel over.

Deze cijfers benadrukken hoe zwaar de gevolgen zijn, ondanks de simpele uitstraling van een ladder.


Vandaag kijken we niet alleen naar wat er mis kán gaan, maar vooral naar wat jij morgen anders kunt doen om te voorkomen dat jij of je collega de volgende is die naar beneden komt… en niet op de manier die je wilde.

Oorzaken zijn vrijwel altijd terug te voeren op verkeerd gebruik, zoals een ladder die te steil staat, onvoldoende geborgd is, iemand die te ver reikt, of een trap die wordt ingezet voor werkzaamheden waarvoor hij niet geschikt is.

Een goed begrip van het verschil tussen ladders en trappen/werktrappen is essentieel om veilig te kunnen werken.

Wat is een ladder?

​​​​​​​Een ladder is een draagbaar klimmiddel met sporten of treden dat bedoeld is om een hoger of lager niveau te bereiken. Volgens het Arbobesluit mag een ladder in principe niet als werkplek worden gebruikt, behalve wanneer:

  • een veiliger alternatief (bijv. een rolsteiger of hoogwerker) niet mogelijk is, en
  • het werk kortdurend is en binnen armlengte uitgevoerd kan worden, en
  • de situatie een ladder toestaat volgens de RI&E.

Wat is een trap of werktrap?

Een trap (bijv. dubbele trap, bordestrap of werktrap) is een draagbaar klimmiddel met brede treden en vaak een stabiel bordes en kniebeugel. In tegenstelling tot ladders zijn trappen wél geschikt als tijdelijke werkplek, mits:

  • het werk kortdurend is (richtlijn: max. twee uur per dag),
  • de gebruiker stabiel binnen de stijlen kan staan,
  • zware gereedschappen of grote krachten niet nodig zijn.​​​​​​​

Trappen worden als veiliger gezien omdat ze meer stabiliteit bieden:

  • een stabordes,
  • diepere treden,
  • een kniebeugel/stabeugel,
  • en vaak een materiaalbakje bovenop.
Risico's > Wat kan er gebeuren?

Afbeelding met ladder, kleding, persoon, optreden

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.Wat kan er gebeuren?


  • Vallen van hoogte
  • Geraakt worden door vallende voorwerpen
  • Omvallen of onderuit schuiven van de ladder
  • Aanrijdgevaar
  • Misstappen op ladder of trap
  • Verlies van evenwicht



Maatregelen > Wat moet je doen?

Algemene regels

  • Is het juiste arbeidsmiddel gekozen voor de uit te voeren werkzaamheden?
  • Inspecteer eerst de ladder of werktrap visueel en voer een LMRA uit.
  • Zorg voor voldoende vrije ruimte en zet de omgeving af.
  • Blokkeer deuren die kunnen openen richting de ladder/trap.
  • Beklim nooit een ladder/trap met gladde schoenzolen.
  • Verwijder nooit de beugel van een trap of dubbeltrap.
  • Gebruik alleen ladders/trappen in goede staat en gekeurd volgens geldende normen (NEN2484).
  • Eén persoon tegelijk op een ladder/trap.
  • Houd ladders en trappen schoon en droog.​​​​​​​

Opstellen van ladders en trappen

  • Plaats de ladder/trap altijd op een stabiele, vlakke en draagkrachtige ondergrond.
  • Gebruik bij een ladder een stabilisatiemat, antislipplaat of onderlegrubber.
  • Zet een ladder aan de bovenzijde stevig vast (bijvoorbeeld aan een constructie) en borg de onderzijde om wegschuiven te voorkomen.
  • Zorg dat de ladder minimaal 1 meter uitsteekt boven het werkplatform of de uitstapplaats.
  • Gebruik alleen de juiste hellingshoek van 75°
    (vuistregel: 1 deel afstand tot de voet = 4 delen hoogte).
  • Gebruik een reformladder of schuifladder nooit als losse ladder wanneer deze geen uitgebogen bomen of stabilisatiebalk heeft; de ladder staat dan niet stabiel genoeg en voldoet niet aan de veiligheidseisen.

Veilig klimmen en werken

  • Pas altijd de driepuntsmethode toe: houd tijdens het klimmen altijd drie contactpunten met de ladder (dus twee handen en één voet óf twee voeten en één hand,) waarbij deze contactpunten tegelijkertijd contact houden met de ladder tijdens het beklimmen.
  • Reik niet zijdelings uit. Houd je navel altijd tussen de stijlen van de ladder.
  • Sta nooit op de bovenste twee sporten.
  • Verplaats een ladder/trap nooit wanneer iemand er nog op staat.

Gereedschap en materialen

  • Gereedschap meenemen in een schoudertas of aan een gereedschapslijn.
  • Neem geen losse materialen in handen of onder de arm mee naar boven.

Weers- en omgevingsfactoren

  • Controleer of de sporten, treden en schoenen droog en schoon zijn.
  • Verwijder sneeuw, modder of ijs voordat je gaat klimmen.
  • Stop het werk als de ladder/trap of ondergrond glad blijft, ook na schoonmaken.
  • Overweeg een alternatief arbeidsmiddel (bijv. rolsteiger of hoogwerker met antislipplatform), of stel het werk uit.
  • Gebruik geen ladders bij harde windstoten; boven windsnelheid ± 6 Bft moet het werk worden gestaakt.
  • Een ladder heeft een groot valrisico door zijwaartse druk bij wind.


Aanvullende omgevingsfactoren die je niet mag vergeten

  • Obstakels (deuren, doorgangen, verkeer, heftrucks).
  • Elektriciteitsleidingen of andere spanningsvoerende delen.
  • Slechte verlichting of verblinding door zonlicht.
  • Krappe ruimtes waardoor opstellen onder de juiste hoek moeilijk wordt.

Persoonlijke aandachtspunten

Sommige werknemers lopen extra risico bij het werken op ladders en trappen. Houd rekening met:

  • Hoogtevrees of onzekerheid op hoogte
  • Laat werk op ladders of trappen uitvoeren door iemand die zich zeker en stabiel voelt.
  • Bied alternatieven, zoals een rolsteiger of kleine hoogwerker.
  • Medicijngebruik dat alertheid, balans of reactievermogen beïnvloedt
  • Denk aan medicatie met waarschuwing voor duizeligheid, verminderde focus of slaperigheid.
  • Bespreek in vertrouwelijkheid met leidinggevende of andere werkzaamheden tijdelijk mogelijk zijn.
  • Gebruik van alcohol, drugs of andere middelen
  • Hier wordt bedoeld: alle middelen die invloed hebben op evenwicht, motoriek, alertheid of reactietijd.
  • Dit is altijd onverenigbaar met werken op hoogte.
  • Werkzaamheden moeten worden stopgezet wanneer vermoed wordt dat iemand niet veilig kan werken.
  • PSA (Psychosociale Arbeidsbelasting): stress, werkdruk, spanning
  • Hoge druk, haast of mentale vermoeidheid zorgt voor slechte risicoperceptie.
  • Maak werk niet ‘even snel’ af op een ladder of trap.
  • Bespreek werkdruk of stressfactoren vóórdat er op hoogte gewerkt wordt.
  • Andere persoonlijke risico’s
  • Verminderde mobiliteit of evenwichtsstoornissen.
  • Vermoeidheid door lange dagen of slechte nachtrust.
  • Onvoldoende ervaring of onvoldoende instructie eerst begeleiding geven.

Tips > Voor meer informatie

Zie voor meer informatie ook het A-blad ladders en trappen, hierin is ook een beslisschema opgenomen wanneer een ladder of trap is toegestaan:

https://www.volandis.nl/media/3901/a-blad-ladders-en-trappen.pdf

Zie ook het veiligheidshandboek en De Generieke werkwijze werken op trappen en ladders



Scan de volgende code met de app om deze toolbox te bekijken.