06 Gevaarlijke stoffen - Organisme
 >  Veilig omgaan met gasflessen
Discussie > Bespreek het met je collega’s!
  • Ik controleer vóór het laden altijd of de afsluiters van de cilinders goed gesloten zijn;
  • Ik controleer dat cilinders zijn vastgezet.
Introductie

Acetyleen en zuurstof worden in de bouw veel gebruikt voor las- en snijwerkzaamheden. Beide gassen worden in gasflessen verpakt. Bij de verbranding van het brandgas acetyleen met zuivere zuurstof ontstaat een vlam met een hoge temperatuur, boven de 3000ºC. Het is het enige gasmengsel dat een verbrandingstemperatuur heeft die hoog genoeg is om staal te doen smelten en een aanvaardbare las-kwaliteit te verkrijgen. Acetyleen en zuurstofmengsels zijn in bijna alle verhoudingen explosief. Lekkage van gas en contact met ontstekingsbronnen moeten daarom worden voorkomen. Bovendien moet er gewezen worden op het gevaar van geconcentreerde zuurstof in de lucht. De brandbaarheid van materialen in de omgeving kan hierdoor snel oplopen. Naast de genoemde gassoorten zien we ook vaak argon en stikstof op de projecten staan.

Soorten gassen

Brandbare gassen
Als brandbare gassen in de juiste concentratie aanwezig zijn in lucht, branden of exploderen ze wanneer er een ontstekingsbron aanwezig is. Als het mengsel te arm of te rijk is, ontbrandt het niet. Rijke mengsels zijn echter wel gevaarlijk, omdat er explosieve concentraties kunnen ontstaan aan de buitenrand van het mengsel.

Acetyleen, ammoniak, waterstof, propaan, propyleen (propeen) en methaan zijn allemaal brandbare gassen. Wanneer deze worden gemengd met een oxidant en blootstaan aan een ontstekingsbron, branden ze. Hoe hoger de concentraties worden, hoe hoger het risico op ontbranding wordt. Wanneer de concentratie de hoge limiet (UEL) overschrijdt, wordt het mengsel te "rijk" om te kunnen branden, waardoor het risico op ontbranding afneemt.

In ieder reservoir of afgesloten ruimte kunnen ontsnappende brandbare gassen, ook in kleine hoeveelheden, onder bepaalde omstandigheden een brandbaar mengsel vormen. Ook in de buitenlucht of in grote, natuurlijk geventileerde werkruimten bestaat echter een klein risico dat brandbare gassen de lage drempelwaarde voor ontbrandbaarheid kunnen bereiken. Ook hier kan een lekkage van brandbaar gas een mengsel met de omringende lucht vormen, dat in brand kan vliegen of exploderen. Sommige van deze gassen zijn daarom voorzien van geurstoffen (odorisatie), zodat lekkage gemakkelijker wordt opgemerkt.

Giftige en corrosieve gassen
Dit zijn samengeperste gassen of dampen die, toegediend in damp-, wasem- of stofvorm met een concentratie van kleiner of gelijk aan 200 delen per miljoen (ppm) in volume of kleiner dan of gelijk aan 2 mg per liter, bij continue inademing gedurende 1 uur (of minder als de dood eerder intreedt) dodelijk zijn voor 50% van blootgestelde proefdieren ("LC50"; bij albinoratten met een gewicht van 200 tot 300 g per dier).

Brandbevorderende / oxiderende gassen
Oxiderende gassen zijn niet brandbaar, maar dragen door de afgifte van zuurstof bij aan de verbranding van andere materialen. Oxidanten in geconcentreerde toestand of onder druk mogen niet in contact komen met vet, olie of andere organische materialen of zelfs kleine hoeveelheden van die materialen. Lucht, stikstofdioxide en zuurstof zijn veelvoorkomende oxiderende stoffen. Als bijvoorbeeld niet op de juiste wijze wordt omgegaan met zuurstof, kan de omringende atmosfeer zuurstofrijk worden.

Risico's > Wat kan er gebeuren?
  • Explosiegevaar of brand;
  • Overschrijding toegestane hoeveelheid kilogram;
  • Beschadiging van cilinder afsluiting;
  • Ophoping van gasdampen in laadruimte;
  • Uitstroom van restgas uit slangen;
  • Onsteking door sigaret of open vuur.
Maatregelen > Wat moet je doen?

Gassen worden voor veel verschillende doeleinden gebruikt. Het gebruik van gassen vereist speciale voorzorgsmaatregelen:

  • Voer de opslag van gassen altijd uit conform de PGS 15-richtlijn;
  • Houd brandbare gassen (acetyleen) en brand-bevorderende gassen (zuurstof ) gescheiden. Bij transport, indien mogelijk, in aparte voertuigen transporteren. Als opslag bij elkaar plaatsvindt, moeten de flessen gescheiden zijn door een metalen plaat of minstens een onderlinge afstand hebben van één meter;
  • Bescherm gasflessen tegen hitte. Plaats ze dus niet in de zon of dicht in de buurt van hittebronnen;
  • Voorkom stoten en vallen van flessen. Flessen moeten altijd gezekerd zijn door middel van een ketting of beugel, ook tijdens transport;
  • Bij transport/ opslag moet de beschermkap altijd op de fles geschroefd zijn.

Vervoer


Bij het vervoeren van gasflessen dienen we op de volgende zaken te letten:

  • Pas op voor lekken!
    • Een lege cilinder is nooit helemaal leeg!
    • Als de afsluiter niet dicht is en de cilinder wordt warmer, dan zal er gas vrijkomen. Enkele liters brandbaar gas zijn voldoende om een explosie in een auto te veroorzaken. Andere gassen kunnen leiden tot verhoogd brandgevaar of verstikking;
    • Lekken komen meestal van de regelaar, de slangen of de brander.
  • Zet cilinders stevig vast
    • Zelfs liggend in een laadruimte wordt een cilinder een gevaarlijk projectiel bij een bocht, bij remmen of een aanrijding;
    • Gebruik hiervoor goedgekeurde spanbanden.
  • Niet vergeten
    • Sluit de afsluiter, ook al is de cilinder leeg;
    • Zorg dat de afsluiter beschermd is door een kap;
    • Demonteer de regelaar en de slang.
  • Bedrijfswagens
    • Zet de gasflessen bij voorkeur rechtop en borg deze tegen verschuiven met een (deugdelijke) spanband of een beugel.
  • Voor alle gassen geldt
    • Ventileer je voertuig. Liefst boven- én onderin;
    • Zorg voor een dichte afscheiding tussen laadruimte en bestuurder;
    • Laat de cilinders niet in de wagen als dat niet noodzakelijk is;
    • Verboden te roken.
    • Zorg dat je weet wat je vervoert en lees het productinformatieblad van het gas door;
    • Verwijder drukregelaars en andere appendages en voorzie de gascilinders van een beschermkap;
    • Sla lege en volle cilinders apart op en scheid zuurstofflessen en gasflessen van elkaar.
  • In de regels voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg (ADR) zijn bepaalde hoeveelheden vrijgesteld van de meeste voorschriften inzake het transportmiddel en vervoer. Voor het vervoer van gasflessen zijn diverse tabellen opgesteld, waarbij aangegeven wordt met welke hoeveelheid gasflessen en verschillende gassoorten er aan deze vrijstelling wordt voldaan.
    Bij twijfel of indien er een overschrijding zal gaan plaatsvinden (denk hierbij aan circa 10 gasflessen of meer), neem dan contact op met de afdeling KAM.

    ​​​​​​​

Opslag

  • Flessen moeten beschermd zijn tegen weersinvloeden, hitte en ontstekingsbronnen;
  • Opslagplaatsen mogen alleen toegankelijk zijn voor bevoegde personen;
  • In de nabijheid van kelders, souterrains, putten, rioleringen en andere ruimten beneden het maaiveld worden geen gascilinders opgeslagen;
  • Er dient tijdens laswerkzaamheden altijd een blusser in de buurt te zijn van tenminste 6 kg (poeder of kooldioxide);
  • Flessen worden rechtop, staande opgeslagen en geborgd tegen omvallen. Indien neerzetten onmogelijk is mag de gasfles neergelegd worden onder een hoek van 30o met de afsluiter naar boven;
  • Volle flessen moeten duidelijk gemarkeerd gescheiden worden gehouden van lege flessen;
  • Brandbevorderende gassen (zuurstof) worden niet in dezelfde ruimte opgeslagen als acetyleen of andere brandbare gassen;
  • Behandel lege flessen hetzelfde als volle flessen.​​​​​​​Interne link
Tips > Voor meer informatie
  • Veiligheid begint bij orde en netheid.
  • Stel jezelf  op de hoogte van de eigenschappen van de gebruikte gassen.

Scan de volgende code met de app om deze toolbox te bekijken.