02 Inrichting Arbeidsplaatsen
 >  Leuningwerk
Introductie

In de bouw en aanverwante sectoren wordt veel op hoogte gewerkt. Het Arbobesluit schrijft een veilige werkplek voor, zoals een steiger, bordes of werkvloer. Vanzelfsprekend zijn deze voorzien van deugdelijk leuning- of hekwerk. Reeds in de werkvoorbereidingsfase kan het leuningsysteem worden afgestemd op het bouwsysteem, waardoor het mogelijk wordt om de leuningwerken gedurende een langere periode te laten staan met minimaal onderhoud. Ook in de gebruiks-/beheerfase dient een leuningwerk te voldoen aan de eisen.

Leuningwerk komt voor bij werken op daken maar ook bij steigers (rolsteigers of vaste steigers), hoogwerkers, Sparingen.

Maatregelen > Wat moet je doen?

Zodra er sprake is van valgevaar bij het verrichten van werkzaamheden moet volgens het Arbobesluit de werkgever doelmatige voorzieningen treffen om dit valgevaar tegen te gaan. Dit kan door een veilige steiger, stelling, bordes of werkvloer aan te brengen of in de vorm van doelmatige hekwerken, leuningen of andere dergelijke voorzieningen. Er is in ieder geval sprake van valgevaar als:

  • het valgevaar 2,50 m of meer is;
  • het valgevaar een hoogte betreft minder dan 2,50 m: bij vloeropeningen of in het geval er sprake is van risicoverhogende factoren. Voorbeelden hiervan zijn: bij het gevaar op scherpe, uitstekende delen of in het water te vallen, in aanwezigheid van verkeer of op arbeidsplaatsen die in beweging zijn.

Hekwerken en leuningwerken worden als doelmatig aangemerkt indien zij tenminste tot 1 m boven het werkvlak beveiliging bieden tegen vallen.

Leuningsystemen dienen te zijn voorzien van een schriftelijke instructie in de Nederlandse taal, waarin opgenomen:

  • afmetingen;

  • gebruiksvoorschriften;

  • montagevoorschriften;

  • onderhoudsvoorschrift.

Leuningwerk kan achterwege blijven als de werkzaamheden zich minimaal 4 m van de rand afspelen. De werkzone en de toegangsweg moeten dan wel zijn gemarkeerd. Indien in plaats van een markering voor een afzetting (bijvoorbeeld verplaatsbare hekken) wordt gekozen, dan kan de onbetreedbare zone tot 2 m van de rand worden beperkt. Een ladderopgang sluit aan op de aanwezige randbeveiliging. Zo’n rand-beveiliging bij een ladderopgang bestaat altijd minstens uit 4 m leuning- of hekwerk aan weerszijden van de ladder

Hekwerken
In plaats van leuningen worden er tegenwoordig vaak rasterhekken toegepast. Deze moeten aan dezelfde sterkte-eisen voldoen. Ook de eis om een kantplank van 15 cm hoog toe te passen is hier aan de orde (eventueel opgenomen in het hek). De maximale maasopening is 100 cm2.

​​​​​​​

Overige aandachtspunten:


  • Als op hoogte wordt gewerkt, moet er zo mogelijk een veilige steiger, stelling, bordes of werkvloer aangebracht worden. Ook moet het gevaar tegengegaan worden door aan de rand een minstens 1,00 m hoog leuning- of hekwerk te plaatsen. Dit geldt altijd voor werkhoogten vanaf 2,50 m, en bij geringere hoogten als er sprake is van risicoverhogende factoren zoals water, bewegende delen of gevaarlijke obstakels onder de werkplek. 
  • Wanneer de werkzaamheden meer dan 4 meter vanaf de rand uitgevoerd worden, kan leuningwerk achterwege blijven.
  • De regels en stijlen zijn zodanig geplaatst dat een kubus met een zijde van 0,47 m de openingen niet kan passeren (een gesloten plaatwerk mag ook).
  • Het leuningwerk is sterk genoeg, dat wil zeggen dat het op de meest ongunstige plaats een verticale kracht van 125 kg en een horizontale van 30 kg kan doorstaan zonder te bezwijken of te verplaatsen. De maximale overspanningen van verschillende leuninguitvoeringen zijn weergegeven in Werken op daken.
  • Als er ook sprake is van gevaar voor vallende voorwerpen moet er aansluitend op de werkvloer een minstens 0,15 m hoge kantplank worden geplaatst.
  • Als het leuningwerk op 2 m of meer van de vloerrand wordt geplaatst, kan worden volstaan met een enkele leuning op 1 m hoogte.
  • Een beveiligde steigerwerkvloer aansluitend op de vloer behoort ook tot de mogelijkheden Steigers en klimmateriaal.
  • Vloersparingen moeten ongeacht de hoogte zijn beveiligd, door eerder genoemd leuning- of hekwerk, of door het draagkrachtig en geborgd dichtleggen. De sparingafdekking moet gemarkeerd zijn om onterecht wegnemen te voorkomen. Indien er boven een vloersparing wordt gewerkt, is alleen de laatste oplossing toegestaan.
  • Sparingen die dienen als ladderopgang, moeten aansluitend aan de ladder zijn voorzien van leuning- of hekwerk, of gedeeltelijk zijn dichtgelegd.
  • Als gebruik wordt gemaakt van een (vaste) ladder aan de buitenzijde, is leuningwerk nodig over een lengte van vier meter aan weerszijden langs de dakrand.
  • Bij een valhoogte van 13 meter of meer moet het leuningwerk minimaal 1,20 m hoog zijn.



Scan de volgende code met de app om deze toolbox te bekijken.