Waarom deze toolbox?
Uit de praktijk blijkt dat niet altijd veilig gewerkt wordt aan elektrische installaties. Nog steeds zijn er teveel incidenten m.b.t. elektriciteit. Daarom brengen wij dit graag nogmaals onder de aandacht.
2. Borgen tegen weder inschakelen
Borg tegen weder inschakelen d.m.v. LOTO (Lock out tag out)
3. Spanningsloosheid aantonen
LET OP!
2-polige spanningsaanwijzer dien je ALTIJD voor en na spanningsloosheid aantonen te testen.
Bij de spanningszoeker (schroevendraaier met lampje) bestaat het risico dat het lampje stuk gaat en daardoor een verbinding maakt met het uiteinde. Hierdoor kan het gebeuren dat er een spanning van 230 Volt op het uiteinde van de spanningszoeker staat en je dus geëlektrocuteerd wordt bij aanraking.
De voltstick is niet tweepolig en zeer onbetrouwbaar.
4. Aarden en kortsluiten
Indien terug voeding mogelijk is van bijvoorbeeld een UPS of generator, dient de installatie geaard en kortgesloten te worden, om zo terug voeding onmogelijk te maken.
- 0,5 m veilige afstand
- 5 cm meten
-10 cm bediening
Wanneer welke PBM?
Middelen nodig volgens de NEN 3140 bij elektrotechnische werkzaamheden:
Isolerende handschoenen
Vlamboogvaste handschoenen
Vlamboogvaste kleding
Gelaatsscherm
Isolatie mat
Altijd gebruiken bij het gebruik van de PBM’s als hiervoor is benoemd
Isolatie deken
Eerste hulp op locatie; Bij een kortsluiting is de getroffene niet in contact met de stroombron. De eerste hulp bestaat uit het behandelen van de brandwonden.Bij een stroom door het lichaam is de eerste hulp complexer. Allereerst moet de getroffene op een veilige manier verwijderd worden van de stroombron, zonder dat de hulpverlener ook blijft ‘hangen’. Dit kan door de installatie spanningsloos te maken, of door aan de mouw of broekspijp van het slachtoffer te trekken. Een gerichte schop tegen arm of been geven is ook een mogelijkheid. De kans dat bij de oplossingen de redder zelf onder spanning komt te staan is verwaarloosbaar. In ieder geval moet een getroffene nooit bij blote huid worden beetgepakt.Vervolgens is het controleren van de ademhaling en hartslag belangrijk, de patiënt in de juiste houding leggen en indien mogelijk en noodzakelijk reanimeren.
Spoedeisende hulp in het ziekenhuis; Een slachtoffer is na een forse stroom door het lichaam vaak niet goed in staat om na te vertellen wat er gebeurd is. Daarom is alle informatie van collega’s, omstanders en medici bruikbaar om een zo goed mogelijk beeld te krijgen van de omstandigheden waaronder het ongeval plaatsvond. Omdat verwondingen niet altijd zichtbaar zijn, is een portie achterdocht op zijn plaats. Om duidelijkheid te krijgen moet op de Spoedeisende afdeling van een ziekenhuis toch zo snel mogelijk een ECG (elektrocardiogram) gemaakt worden. Pas als blijkt dat er niets te zien is op deze hartfilm en de getroffene ook niet flauw gevallen is en ook geen ritmestoornissen heeft, is verdere opname niet noodzakelijk.
Maar opgelet! In 25 tot 65% van de gevallen krijgt de getroffene direct (binnen 24 uur) of soms pas (veel) later neurologische klachten. Van bewusteloosheid, in de war zijn tot concentratieproblemen en desoriëntatie. In acute situaties kan de patiënt in coma raken of verlamd raken.
Voor vragen omtrent deze toolbox kun je je mail richten aan: inspectie@kuijpers.com
Voor meer info: zie ook Toolbox Aanwijsbeleid
Scan de volgende code met de app om deze toolbox te bekijken.