09 Specifieke werkzaamheden
 >  Werken op hoogte
Discussie > Veiligheidspraat

Ga met elkaar in gesprek over het volgende:

  • Heb je eigen ervaringen met het (bijna) vallen van hoogte
  • Wat heb je ervan geleerd? Hoe was dit te voorkomen?
  • Ik neem nooit onaanvaardbare risico's bij het werken op hoogte.
  • Ik pas altijd de LMRA toe bij werkzaamheden op hoogte.
  • Het gebruik van PBM zoals een harnasgordel geeft sommige mensen een vals gevoel van veiligheid.→ Eens/oneens — en waarom?
  • "Vallen van hoogte is meestal te voorkomen – maar alleen als we elkaar durven aan te spreken.”   → Wat maakt aanspreken soms moeilijk? Wat helpt wél?
Begrenzing met kabelsysteem. Voer de werkzaamheden geknield uit.
Gaan we op deze trap werken?
Wat is hier niet in orde?
Wandopening goed dicht gezet.
Sparing al dicht gemaakt met hout
Sparing dicht: geen valgevaar
Beneden vooraf leuning aan prefab.
Introductie

Ongeveer de helft van alle dodelijke ongevallen in de bouw, zijn het gevolg van het vallen van hoogte. Onveilige open vloesparingen, wandopeningen, steigers en dergelijke spelen daarbij een belangrijke rol. Om ongevallen te voorkomen is het belangrijk altijd betrouwbare beveiligingen aan te brengen.

We spreken van werken op hoogte bij elke activiteit waarbij je meer dan 2,5 meter kunt vallen of wanneer valgevaar aanwezig is (bijv. door sparingen, randen, putten, hellende daken of ongezekerde platforms).

Ook bij lagere hoogtes bestaat valgevaar, dit is afhankelijk van omstandigheden.

Wettelijke basis werken op hoogte

Werken op hoogte brengt een groot risico met zich mee. Om medewerkers te beschermen, stelt de Arbowet duidelijke verplichtingen. Zowel werkgevers als medewerkers dragen hierin een verantwoordelijkheid. De wet schrijft voor dat valgevaar altijd moet worden voorkomen, en dat waar dat niet volledig mogelijk is, de risico’s zoveel mogelijk moeten worden beperkt.

Een belangrijk uitgangspunt hierbij is de arbeidshygiënische strategie. Dit betekent dat maatregelen altijd in een vaste volgorde moeten worden overwogen en toegepast:

  1. Bronaanpak – Verwijder het risico. Denk aan het aanpassen van de werkmethode zodat er helemaal niet op hoogte gewerkt hoeft te worden, of het al in de fabriek aanbrengen van sparingen of onderdelen zodat werk op hoogte wordt voorkomen.
  2. Collectieve maatregelen – Als de bronaanpak niet mogelijk is, moeten veilige collectieve voorzieningen worden toegepast, zoals leuningen, hekwerken, dakrandbeveiliging, werkplatforms of steigers.
  3. Individuele maatregelen – Als collectieve maatregelen onvoldoende bescherming geven, worden aanvullende individuele maatregelen genomen, zoals taakroulatie of het beperken van de werkplek.
  4. Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) – Valbeveiliging zoals harnassen, vallijnen of valstopapparaten is altijd de laatste stap. PBM mag alleen worden ingezet wanneer andere maatregelen onvoldoende mogelijk of effectief zijn.​​​​​​​

De wet verplicht verder dat alle medewerkers:

  • voldoende instructie krijgen,
  • veilig werken volgens vastgestelde procedures,
  • en voordat zij beginnen altijd een LMRA uitvoeren om nieuwe of veranderde risico’s te herkennen.

Door deze wettelijke basis te volgen en maatregelen in de juiste volgorde toe te passen, zorgen we ervoor dat werken op hoogte op een zo veilig mogelijke manier wordt uitgevoerd en dat het risico op ernstige ongevallen minimaal wordt.


Rollen en verantwoordelijkheden bij werken op hoogte

Werken op hoogte kan alleen veilig plaatsvinden wanneer alle betrokkenen hun rol kennen en uitvoeren. Iedere functie draagt op een eigen manier bij aan het voorkomen van valgevaar en het creëren van een veilige werkplek.

1. Leidinggevende / Uitvoerder

De uitvoerder heeft een centrale rol in het organiseren van veilig werk op hoogte. Hij of zij is verantwoordelijk voor:

  • Voorbereiding van het werk: zorgen dat risico’s vooraf zijn beoordeeld en passende maatregelen zijn opgenomen in werkplannen, TRA’s en instructies.
  • Veilige werkplek creëren: controleren of er veilige toegang, randbeveiliging, afzettingen, leuningen of andere benodigde voorzieningen aanwezig zijn voordat het werk start.
  • Beschikbaarheid van middelen: zorgen dat werknemers de juiste middelen hebben, zoals goedgekeurde valbeveiliging, geschikte werkplatforms, hoogwerkers of steigers.
  • Instructies geven: medewerkers duidelijk informeren over de te nemen maatregelen, werkafspraken en procedures.
  • Toezicht houden: bewaken dat medewerkers de afspraken naleven en dat het werk veilig wordt uitgevoerd.
  • Corrigeren en ingrijpen: unsafe situaties signaleren en onmiddellijk actie ondernemen wanneer risico’s ontstaan of afspraken niet worden nageleefd.


2. Medewerker / Monteur

Iedere medewerker heeft een eigen verantwoordelijkheid voor veilig gedrag op hoogte. Dit betekent dat de medewerker:

  • Altijd een LMRA uitvoert voordat hij het werk start, om te controleren of de omstandigheden veilig zijn.
  • Werkt volgens de gegeven instructies en de afspraken die in de startwerkoverleg, TRA of toolbox zijn besproken.
  • Veiligheidsvoorzieningen gebruikt zoals bedoeld: leuningen laten staan, valbeveiliging correct dragen, en PBM’s op de juiste manier gebruiken.
  • Onveilige situaties direct meldt bij de uitvoerder of leidinggevende.
  • Onderling samenwerkt en afstemt met collega’s om risico’s te beperken, bijvoorbeeld bij het verplaatsen van materialen, het hijsen of het betreden van werkplatforms.
  • Grenzen aangeeft als de situatie onveilig is of wanneer er onduidelijkheid is over hoe het werk veilig uitgevoerd kan worden.


3. Samenwerking tussen alle partijen

Veilig werken op hoogte kan alleen wanneer iedereen zich bewust is van zijn of haar rol en actief bijdraagt aan veiligheid. Dit betekent:

  • Meldingen van onveilige situaties worden serieus genomen.
  • Werkafspraken worden nageleefd én besproken wanneer omstandigheden wijzigen.
  • Onderlinge communicatie is open, duidelijk en respectvol.
  • Veiligheid staat altijd boven planning of gemak.

Wanneer alle rollen goed worden ingevuld, ontstaat een sterke veiligheidscultuur waarin valongevallen worden voorkomen.

Risico's > Wat kan er gebeuren?
  • Vallen van hoogte
  • Vallen door een opening/sparingen
  • Vallende voorwerpen
Maatregelen > Wat moet je doen?

Aanpak bij de bron:

  • Bekijk het probleem al in de ontwerpfase.Neem preventieve maatregelen;    
    • Breng vooraf voorzieningen aan om een leunig aan prefab vast te zetten.
    • Laat sparingen voor zover mogelijk in de fabriek aanbrengen.( op hoogte niet meer hakken en boren nodig)
  • Breng leuningen aan (b.v breedplaatvloeren) voordat deze op hoogte worden gehesen;
  • Dichtleggen van sparingen.

Collectieve maatregelen:

  • Aanbrengen van leuningwerk( dakrandbeveiliging, hekwerk etc);
  • Gebruik maken van een (hang)steiger;
  • Breng een bordes of werkvloer aan;
  • Gebruik maken van een hoogwerker;
  • Aanbrengen van vangnetten.
  • Markeer risicogebieden met lint of hekwerk.
  • Voorkom dat anderen per ongeluk de zone betreden.
  • Plaats waarschuwingsborden bij sparingen en randen.

Individuele maatregelen:

  • Pas taakroulatie toe.

Persoonlijke beschermingsmiddelen:

  • Dragen van de juiste persoonlijke valbeveiliging (harnasgordel+vallijn) zie toolboxen ''Harnasgordel'' en ''Hoe red je iemand na een val uit zijn veiligheidsharnas''

Toolbox: Hoe red je iemand na een val uit zijn veiligheidsharnas

Welke soorten valbeveiliging kennen we:

1. Collectieve valbeveiliging: o.a. afstand houden, randbeveiliging, netten, kooiladders.

2. Arbeidsplaatsbeperking: een arbeidsplaatsbeperkingslijn (positioneringslijn) mag geen valdemper bevatten. Een ankerpunt moet zo gekozen zijn dat de werkplek goed bereikt kan worden en dat de gevarenzone buiten bereik blijft. Er mag geen valgevaar zijn.

3. Valstopapparaat (incl. valdemper): valstopapparaten in de normale, grote uitvoering worden op een vaste positie boven de werkplek aan het anker bevestigd.

4. Persoonlijke valstopapparaat (incl. valdemper): worden op de man gedragen.

5. Vanglijn met demper.

Gebruik en Onderhoud

     Van belang is een zorgvuldig gebruik en onderhoud. Daarbij gelden onder meer de volgende regels:

  • Inventariseer de risico’s van de werkplek en kies de juiste valbeveiliging
  • Kies alle componenten het liefst van hetzelfde merk en check of alle componenten voldoen aan de EN-normen.
  • Alleen goedgekeurde valbeveiligingsmiddelen mogen worden gebruikt.
  • Zorg voor betrouwbare ankerpunten ! Een ankerpunt moet minimaal 1000 Kilo kunnen hebben.
  • Vermijd dat iemand alleen op hoogte werkt
  • Lees zorgvuldig de gebruiksaanwijzingen die bij de valbeveiliging geleverd worden.
  • Voor gebruik moeten gordel en lijnen visueel worden gecontroleerd op mogelijke gebreken zoals verbuiging van metaaldelen, losse draden, scheurtjes en ernstige vervuiling;
  • Lijnen en toebehoren mogen nooit voor andere doeleinden worden gebruikt;
  • Indien een gordel de val van een gebruiker heeft opgevangen, moet het gehele vangsysteem, inclusief de gordel, voor gebruik grondig worden gecontroleerd door een deskundige;
  • Lijnen mogen niet zonder meer worden gekoppeld, verlengd of verkort;
  • Lijnen mogen niet over scherpe kanten of langs scherpe hoeken worden geleid;
  • Zorg bij valbeveiliging dat de vanglijn zo is geplaatst, dat nooit meer dan 2m valweg kan ontstaan;
  • Valbeveiligingsmiddelen zijn aan veroudering onderhevig en dienen ten minste jaarlijks te worden beoordeeld;
  • Valbeveiligingsmiddelen nooit in de volle zon laten liggen;
  • Valbeveiligingsmiddelen nooit vochtig opbergen;
  • Pas op met verf, olie en fijne stoffen;
  • Nooit op de banden schrijven;
  • Schoonmaken mag alleen met water en borstel.

Harnassen (en toebehoren) zijn via de materiaalbesteller van jouw vestiging te bestellen.
Tips > Voor meer informatie

Zie ook de volgende toolboxen  :



    Scan de volgende code met de app om deze toolbox te bekijken.